Zoeken
Menu
Sluiten

Circa 23.000 a.b. houders (10% van de lenende a.b.-houders) lenen op individueel niveau meer dan € 500.000 en in totaal ruim € 30 mld (circa 60% van de totale schuld van a.b.-houders aan hun vennootschappen). Door te lenen van de eigen BV kunnen a.b.-houders belastingheffing in box II langdurig uitstellen en in bepaalde situaties zelfs afstellen.

Bij de uitwerking van deze maatregel gaat de staatssecretaris uit van de volgende contouren:

  • Als de totale som van schulden van de a.b.-houder aan zijn eigen BV meer bedraagt dan € 500.000, wordt dat meerdere in box II belast als inkomen uit a.b.;
  • De maatregel treedt op 1 januari 2022 in werking;
  • Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen BV wordt een overgangsmaatregel getroffen;

Mogelijkheid om tot 2022 excessieve schulden terug te brengen

Het kabinet wil dat a.b.-houders de mogelijkheid krijgen om hun excessieve schulden aan de eigen BV terug te brengen voordat zij over deze leningen box II-heffing moeten betalen. Daarom is ervoor gekozen om de maatregel pas per 1 januari 2022 in werking te laten treden. Bovendien bestaat in 2019 nog de mogelijkheid om tegen het huidige box II-tarief van 25% een dividenduitkering te doen die vervolgens kan worden gebruikt voor de aflossing van de schuld aan de BV. De staatssecretaris is van plan het wetsvoorstel waarin deze maatregel is opgenomen in het voorjaar van 2019 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Het conceptvoorstel wordt geconsulteerd via een internetconsultatie, zodat het bedrijfsleven en de adviespraktijk in de gelegenheid zijn om commentaar te geven en suggesties te doen.