Zoeken
Menu
Sluiten

Wie gezond is en weinig zorgkosten maakt, kan nog maar weinig aftrekposten opvoeren. De kosten voor een bril of een doosje maagzuurremmers van de drogist bijvoorbeeld zijn niet aftrekbaar. Ook de premie van je zorgverzekering en het eigen risico mag je niet in mindering brengen.

En áls je al kosten mag aftrekken bij de belastingaangifte, geldt ook nog een forse drempel, die vooral bovenmodale inkomens parten speelt.

Ter illustratie: een gezin dat vorig jaar een gezamenlijk inkomen had van 60.000 euro (ruim anderhalf keer modaal), heeft te maken met een drempel van maar liefst 1.785 euro. Alleen de zorgkosten die daar bovenuit komen zijn aftrekbaar.

De overheid wil hiermee de aftrek beperken tot de groep die dit het hardst nodig heeft: chronisch zieken met hoge zorgkosten en een relatief laag inkomen.

Benieuwd wat je nog wél in mindering mag brengen bij je belastingaangifte over 2018?

Hoe gaat het in zijn werk?
Je mag de ziektekosten opvoeren van jezelf, je fiscaal partner en eventuele kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en de kosten niet zelf kunnen dragen.

Je mag alleen de kosten aftrekken waarvoor je geen vergoeding krijgt. Alles wat je terugkrijgt via je (aanvullende) zorgverzekering of andere instanties, zoals bijzondere bijstand, vallen dus buiten de aftrek. Ook ziektekosten die je voorschiet, maar later alsnog krijgt vergoed mag je niet aftrekken. Dat geldt ook voor de premie voor je ziektekostenverzekering en het verplichte en eventueel vrijwillige eigen risico.

De wettelijke bijdrage aan het Centraal Administratiekantoor (CAK), voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding, thuiszorg of verblijf in een zorginstelling, valt eveneens buiten de aftrek.

Tandarts, fysiotherapeut en logopedist
Alle overige kosten komen wel voor aftrek in aanmerking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een dure tandheelkundige behandeling die niet of slechts gedeeltelijk wordt gedekt door je aanvullende verzekering. Of aan bezoekjes aan de mondhygiënist, logopedist, fysiotherapeut, homeopaat of acupuncturist waarvoor je je niet aanvullend hebt verzekerd.

Medicijnen
Het heeft geen zin het bonnetje te bewaren van het pakje paracetamol of hoestpastilles die je bij de drogist koopt. Aftrek is namelijk alleen mogelijk voor de kosten van medicijnen die door een arts zijn voorgeschreven en die je volledig uit eigen zak hebt betaald. Dit kunnen ook homeopathische medicijnen zijn.

Let wel: het gaat alleen om medicijnen die als geneesmiddel worden gebruikt. Medicatie om een ziekte te voorkomen is helaas niet aftrekbaar.

Dieet
Voor dieetkosten geldt een vergelijkbaar regime. Een afslankkuur bij de drogist mag je niet als aftrekpost opvoeren, maar de rekening van een dieet op voorschrift van een arts of diëtist wél. Je moet hiervoor een vast bedrag aftrekken, afhankelijk van het type dieet.
Heb je dit dieet maar een deel van het jaar gevolgd, dan moet je de kosten naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld zes maanden op dieet geweest, dan mag je van het vaste bedrag uit de lijst dus de helft aftrekken.

Als je twee dezelfde diëten hebt gevolgd voor verschillende ziektebeelden, mag je éénmaal tot aftrek overgaan. Dit geldt ook als je voor het zelfde ziektebeeld twee of meer diëten van deels dezelfde typering volgt. Je mag wel het hoogste bedrag kiezen.

Maar volg je twee diëten met verschillende typeringen voor hetzelfde ziektebeeld, dan mag je het bedrag voor beide diëten aftrekken.

Dyslexie
Krijgt je kind ondersteuning voor dyslexie, dan moet je goed opletten. Dyslexiezorg voor minderjarigen is niet aftrekbaar. Maar een dyslexiepakket, zoals een softwarepakket, is dat dat wél.

Hulpmiddelen
Voor medische hulpmiddelen moet je goed op de lijst van de Belastingdienst kijken, want lang niet alles mag je in mindering brengen. Bonnetjes voor de aanschaf van bijvoorbeeld steunzolen, een gehoorapparaat (zie verderop) of een prothese mag je opvoeren. Dit geldt ook voor alle nota’s voor reparaties, onderhoud en de verzekering van deze hulpmiddelen.

Maar de aftrek voor kosten voor bijvoorbeeld de aanschaf van een rollator, looprek, krukken, een scootmobiel of rolstoel is al enkele jaren geleden afgeschaft. Voor een eerder gekochte scootmobiel of rolstoel mag je nog wel de afschrijvingskosten opvoeren (zie verderop).

… zoals een bril
Hulpmiddelen die je gezichtsvermogen vervangen, zoals een blindenstok, een blindengeleidehond of specifieke aanpassingen aan de computer, zijn eveneens aftrekbaar. Maar middelen die jou helpen beter te zien, zoals een bril, contactlenzen of een ooglaserbehandeling zijn dat niet.

Heb je vorig jaar een gehoorapparaat gekocht waarvan een deel van de kosten niet werd vergoed, dan mag je het deel dat je zelf hebt betaald aftrekken. Voorwaarde is wel dat de meerprijs is ontstaan omdat je een duurder apparaat wilde hebben om functionele redenen (bijvoorbeeld omdat dat apparaat beter is of prettiger zit). Heb je een duurder apparaat aangeschaft vanwege een persoonlijke voorkeur (bijvoorbeeld omdat je liever een andere kleur wilde), dan zijn deze extra kosten niet aftrekbaar.

Ook voor deze aftrekpost geldt dat kosten alleen aftrekbaar zijn voor zover deze niet onder het verplicht en vrijwillig eigen risico of een verplichte eigen bijdrage vallen.

Ook voor andere hulpmiddelen geldt dat de fiscus niet meebetaalt aan extra kosten, omdat bijvoorbeeld het hulpmiddel in een andere kleur wil of andere specifieke voorkeuren hebt.

Afschrijvingen voor vervoermiddel
Zoals gezegd zijn de kosten voor een rolstoel of scootmobiel niet meer aftrekbaar. Maar eventuele afschrijvingskosten zijn dat voorlopig nog wel. Heb je zo’n vervoermiddel voor 2014 aangeschaft en nog niet helemaal afgeschreven, dan mag je het bedrag van de afschrijving blijven aftrekken tot de afschrijvingstermijn is verlopen.

Deze bedraagt in de meeste gevallen vijf jaar, dus voor de meeste belastingbetalers is dit het laatste jaar dat op deze middelen nog aftrek mogelijk is. Houd hierbij wel rekening met de restwaarde. Deze is meestal 10 procent.

Afschrijven is vaak nodig voor hulpmiddelen die na gebruik nog door andere mensen kunnen worden overgenomen. Dit geldt over het algemeen niet voor hulpmiddelen die op maat zijn gemaakt of speciaal voor jou zijn aangepast. Deze kosten heb je destijds in één keer moeten aftrekken.

Woningaanpassingen
De kosten voor aanpassingen aan een woning, zoals een aangepaste doucheruimte, zijn niet aftrekbaar. Ook energiekosten of huur voor een aangepaste woning of extra kosten omdat bijvoorbeeld vloerbedekking vanwege een rolstoel sneller slijt mag je niet in mindering brengen. Dat geldt eveneens voor de kosten voor een verhuizing naar een verzorgingshuis en de inrichting van de nieuwe woonruimte.

Overige aanpassingen
Andere aanpassingen, bijvoorbeeld aan je auto of computer, zijn wel aftrekbaar, mits deze vooral worden gebruikt door de zieke of invalide persoon waarvoor die aanpassingen zijn bedoeld.

Zorgrobots
Steeds meer mensen maken gebruik voor robots om hun dagelijks leven te vergemakkelijken. De kosten hiervoor zijn uitsluitend aftrekbaar als het gaat om een zorgrobot die wordt aangemerkt als hulpmiddel.
De kosten voor een robotstofzuiger zijn dus niet aftrekbaar; ook al gebruik je die omdat je om medische redenen het huishouden niet kunt doen. Maar een robot die je helpt bij eten en drinken mag je wél in aftrek brengen.

Vervoer
De kosten voor vervoer naar het ziekenhuis of de huisarts mag je in mindering brengen op je inkomen. Denk bijvoorbeeld aan het bonnetje voor een taxirit of de kosten voor een busrit.
Reis je met de auto, dan mag je niet alleen de benzinekosten aftrekken, maar ook parkeergelden, kosten voor onderhoud, afschrijving en de verzekeringspremie. Zelfs de kosten voor de wasstraat zijn aftrekbaar.

De berekening van deze kosten gaat als volgt. Eerst moet je de werkelijke kosten delen door het aantal gereden kilometers. Hier rolt kilometerprijs uit. Deze moet je vervolgens vermenigvuldigen met het aantal kilometers dat je voor het bezoek aan de arts of ziekenhuis hebt gereden.

… extra kosten voor chronisch zieken
Chronisch zieken die vaak naar hun huisarts of het ziekenhuis moeten, geven aanzienlijk meer geld uit aan vervoer dan gezonde mensen. Deze extra kosten mag je aftrekken, na aftrek van eventuele vergoedingen van je zorgverzekeraar.

Je moet wel aannemelijk kunnen maken dat je inderdaad duurder uit bent dan iemand met een vergelijkbaar inkomen die niet ziek of invalide is. Om hierachter te komen kun je je eigen kosten vergelijken met de gemiddelden op de website van het Nibud.

Staat er in de Nibud-tabel bij jouw inkomen en huishouden een bedrag van 324 euro, maar geef je iedere maand 400 euro uit aan vervoer, dan mag je voor die maand dus 76 euro als aftrek opgeven bij de belastingaangifte.

Reiskosten voor familiebezoek
Ook de reiskosten voor ziekenbezoek aan huisgenoten zijn aftrekbaar. Hier worden wel strikte eisen aan gesteld. Je mag de kosten alleen opvoeren als de patiënt in totaal langer dan een maand is verpleegd voor dezelfde aandoening. De afstand tussen jullie woning en het ziekenhuis/verzorgingstehuis moet bovendien langer zijn dan tien kilometer.

Voor autoritjes mag je 19 cent per kilometer aftrekken en voor tripjes per taxi of het openbaar vervoer de werkelijke reiskosten.

Gezinshulp
Wie extra gezinshulp krijgt, mag onder voorwaarden de kosten aftrekken. Verdiende je vorig jaar meer dan 31.367 euro, dan mag je alleen de kosten opvoeren die boven een bepaalde drempel uitkomen. Deze bedraagt 1, 2 of 3 procent van je inkomen, afhankelijk van de hoogte van je zogeheten drempelinkomen: het resultaat van alle inkomsten en aftrekposten.

Zoals gezegd is de wettelijke eigen bijdrage aan het CAK voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding of thuiszorg niet aftrekbaar.

Kleding en beddengoed
Een andere aftrekpost zijn kosten voor extra kleding en beddengoed. Voor deze uitgaven mag je net als vorig jaar een vast bedrag aftrekken: 300 euro. Kun je aantonen dat de extra uitgeven hoger waren dan 600 euro, dan geldt een hogere aftrekpost, van 750 euro.
Voorwaarde om voor deze fiscale tegemoetkoming in aanmerking te komen is wel dat de kosten rechtstreeks het gevolg zijn van ziekte of invaliditeit en dat deze ziekte (naar verwachting) minimaal een jaar duurt.

Je moet de kosten verder naar rato opvoeren. Ben je bijvoorbeeld vanaf juli ziek geweest, dan mag je dus de helft van het bedrag aftrekken.

Overige ziektekosten
Wil je weten welke overige kosten in je belastingaangifte over 2018 aftrekbaar zijn, kijk dan op dit overzicht van aftrekbare zorgkosten voor je belastingaangifte over 2018 van de Belastingdienst.

Uitvaart
De kosten voor uitvaart of crematie vormen geen aftrekpost voor ziektekosten. Je mag deze wel aftrekken van de erfenis, voor de erfbelasting. Wel moet je van deze kosten eventuele uitkeringen van een uitvaartverzekering aftrekken.

Drempel zorgkosten bij belastingaangifte 2018
Heb je alle kosten bij elkaar opgeteld, dan is het nog maar de vraag of je voor aftrek in aanmerking komt. Je mag namelijk alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van je drempelinkomen.

De lat ligt hoog, vooral voor hogere inkomens. Voor een inkomen onder de 7.647 euro ligt de drempel op 131 euro. Komt je drempelinkomen niet boven de 40.619 euro uit, dan bedraagt de drempel 1,65 procent van dat inkomen. Daarboven geldt een drempel van 670 euro, vermeerderd met 5,75 procent van het bedrag boven 40.619 euro.

Heb je een inkomen van 40.000 euro, dan ligt de drempel dus op 660 euro. Alleen de kosten die daarboven uit komen mag je aftrekken.

Voor mensen met een fiscaal partner geldt voor een gezamenlijk inkomen onder 15.294 euro een drempel van 262 euro. Daarboven gelden dezelfde drempels als bij mensen zonder fiscaal partner. Deze bedragen worden dus niet verdubbeld. Je moet wel de zorgkosten en beide inkomens bij elkaar optellen.

Extra verhoging voor lagere inkomens
De overheid komt mensen met een laag inkomen extra tegemoet: zij mogen meer aftrekken dan ze in werkelijkheid hebben betaald voor zorgkosten. Komt je (gezamenlijke) drempelinkomen niet boven de 34.404 euro uit, dan mag je namelijk het bedrag voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met een bepaald percentage: 113 procent voor wie op 1 januari 2018 de AOW-leeftijd had bereikt en 40 procent voor wie op dat moment nog niet de AOW-leeftijd had bereikt.

Heb je een fiscaal partner en heeft een van beiden nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan mogen beide partijen een verhoging van 113 procent doorvoeren.

Let wel op: de uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging. Alle overige posten wel.